Het zaaltje beschikte over weinig verlichting. De rookwalm kon mij wel bekoren. Het toeganskaartje dat in mijn poten geduwd werd na het betalen van 10 Euro deed mij denken aan de maaltijdticketjes uit de lagere school. Voor tien Euro mocht ik niet verwachten dat ik op de voorste rijen mocht plaatsnemen. Ik schuifelde tussen een massa mensen door, richting een vrije plaats op de tribune. Een soort ijzeren stelling waarop zitjes waren vastgevezen. Beneden, rond wat mij deed denken aan een boksring maar zonder de elastieken die moesten vermijden dat een deelnemer met zijn smoel uit diezelfde ring donderde, stonden stoelen. Daar zouden de maffiosi met dikke sigaren en knappe wijven wellicht hun stek hebben.
Het ongure volkje rondom mij had er plezier in. De een zag er al achterlijker uit dan de andere. Veel zin om mij breed te maken opdat ik iets meer zitplaats kon bemachtigen had ik niet. Geprangd tussen twee getatoueërde matrozen met armen als heipalen zorgden er wel voor dat ik rustig bleef.
Het rumoer steeg en verwerd tot een storm alsof Barcelona er eentje in had geknald bij Real Madrid.
Tussen de armen en de rook door probeerde ik de ring te zien. Toen mij dat lukte merkte ik ook het doek op alwaar een gevecht werd aangekondigd: Konttrappen contest!
De eerste deelnemer was een stevige, lange knaap. Gewapend met een paar voetbalschoenen voorzien van ijzeren noppen. De tweede kwam tussen de tribunes binnen als een echte boxer, met glitterende kamerjas, cape diep over het hoofd, het strijdtoneel opgehuppeld. Dat huppelen vond ik wel komisch. Het enthousiasme van de zaal bereikte ongekende hoogtes. Dit moest een kampioen zijn dacht ik zo. Het huppelen ging verder. Die knaap stopte niet. Toen hij met een theatraal gebaar zijn cape afwierp en uitdagend de zaal rondkeek begreep ik waarom. Hij had maar één been.
De wedstrijd eindigde onbeslist. De eenbenige zijn tactiek was volledig op verdedigen gestoeld.
Het leven zelve, dacht ik. Doen we dat niet allemaal?
Er zijn tijden dat ik het volledig gehad heb met mijn soort. De homo sapiens. Los van enkele exemplaren mogen ze van mij bijwijlen allemaal stoppen met ademen en een gruwelijke dood sterven. Andere keren zou ik ze allemaal omhelzen en een klapzoen geven. Vandaag dus niet.
Geen enkel voorval heeft daar de schuld van. Het is de gehele soep die soms eens overkookt. Het oeverloos praatjes hebben, het eindeloos gezeik over niets baart deze gemoedstoestand. De zin van alles is dat het geen zin heeft, dus verder palaveren heeft geen zin. Het algehele schuldgevoel dat ons paplepelsgewijs wordt ingegeven is een farce. Als ik de brabbelende sapiens bezig hoor dan vraag ik mij af welke verlichte geest de gore moed gehad heeft om de naam sapiens aan mijn soort te schenken.
Gelukkig heb ik mijn berg. Waar ik zonder enig schuldgevoel mag zitten, roken, neuken en leven. Werkloosheidsteun krijg ik niet, een pensioen zit er ook niet echt in. En eerlijk gezegd ik voel mij er goed bij. Geen schuldgevoelens alhier. Geen gezeik over rechten. Ze zullen mij worst wezen, die rechten. Maar één plus één blijft twee. Plichten heb ik ook niet. Hier op mijn berg heersen wij. In stilzwijgen.
Terwijl ik mijn tomatenstokken afbreek, want nu groeien er echt geen meer, hoor ik mezelf ademen. Diegenen die mijn blog volgen weten dat ik een fervente voorstander ben van roken. En eerlijk gezegd die tochten die de lucht maakte, een heen en terug reisje van buiten, naar longen en opnieuw naar buiten, klonken meer als een oude tractor die rochelend op gang komt dan een goed gesmeerde Kawasaki Z1000 met 127 Pk, dubbele remschijf vooraan, elektronische injectie, viercilinder, viertakt.
Nog niet zo lang geleden meende ik dat een roker een mens met karakter was. Mijn labiele karakter geeft mij alle vrijheid om te veranderen van mening. Wel, ik ben niet veranderd van mening, maar de laatste weken tob ik er ernstig over na om ook een karakterloos mens te worden. Het wordt een beetje teveel. Als arme jongen geef ik toe dat alsook de prijs van de rookwaar een rol speelt. In plaats van tomaten en spruitjes heb ik zelfs overwogen om tabak te planten. Dat idee heb ik laten varen, teveel beslommeringen.
Ik ben een tevreden mens heden. De gedachte is er, en dat is wat telt.
Drie jaar was het geleden dat ik haar gezien had. Ze zag er nog even lekker uit. Het kreng zijn stond in verhouding met haar schoonheid: immens.
In de wandelgangen van de stad had ik opgevangen dat ze met een oudere, getrouwde vent aanpapte. Het was haar aan te zien. Dure kleren, een advocaat. Vanuit haar optiek had ze het gemaakt. Waarom na drie jaar stilte haar verzoek kwam om te scheiden was het zoveelste raadsel voor mij. Misschien wilde die oude knakker wel scheiden van zijn eega en de mijne huwen.
“Dag” zei ze toen ze behalve haar verdediger ook mij gevonden had.
Haar stem klonk nog steeds even geil. Zelfs deze ene kort uitgesproken groet kon dit niet verhullen. Het bruine, lange haar had ze zwierig over haar linkerschouder gedrapeerd zodat door haar knalrode trui alleen het silhouet van haar rechterborst te zien was. Hoe de andere er mogelijks uit kon zien werd aan de fantasie van de gluurder overgelaten. Een rechterborst die er trouwens wezen mocht. Smaak had ze nooit gehad. rode trui, korte jeansrok met zwarte netkousen, hoge hakken. Het enige verschil met vroeger was dat we onze kledij in de C&A betrokken. Nu was het merkkledij van het betere soort.
“Dag” antwoordde ik dan maar terug. Een mens moet iets als hij begroet wordt.
Dat een mens stomme stoten uithaalt in zijn leven staat als een paal boven water, maar toen ik mijn toekomstige ex-vrouw zag verschijnen aan de ingang van het gerechtsgebouw moest ik zelfs toegeven dat haar trouwen in de topttien aller tijden der grootste stommiteiten niet zou misstaan.
Hautain keek ze rond om te zien of ze haar advocaat tussen de zwerm als kraaien verklede mensengedaanten kon vinden. Een advocaat, God beware mij. Waarom? We waren als twee tieners halsoverkop getrouwd zonder een rooie duit, en waren na twee jaar, al even duitloos, elk zijn eigen weg gegaan. Sindsdien werkte ik wel en had ik één en ander aangeschaft. Misschien wilde ze daar wel iets van inpikken met haar lijkenpikker.
Terwijl ze zocht, zocht ik ook. Hoe en waarom ben ik ooit verliefd geworden op dit wicht. Zij vondt wat ze zocht, daar stond haar kraai. Ik vond niets.
(Aanvang van een verhaal voor het dagblad Trouw. Een wedstrijdje schrijven)
Vanaf heden wordt er gewerkt aan een nieuwe site. Er zijn nog een aantal knopen die met een gedecideerde houw van mijn bijl moeten doorgehakt worden, dat zal op tijd en stond gebeuren.
Eén van die twijfels is onder welke naam. Ik heb namelijk twee sites die actief zijn, zijnde: www.tomlievens.be en www.vandepotgerukt.be .
Het hele zootje moet nog ontworpen worden dus heb ik nog tijd om te beslissen. Mocht iemand er een mening over hebben, hoor ik ze graag. Niet dat ik er rekening zal mee houden, er staat klaar en duidelijk: hoor ik ze graag.
Schrijven en schijten hebben veel gemeen. Op het eerste gezicht lijkt dat niet zo, en toch. Deze activiteiten zijn gestoeld op ontlasting. Bij het schijten ontlast men wat het lichaam niet meent nodig te hebben. Dat lichaam zal wel weten wat het doet. De plaats van gebeuren is een intieme, de rode kop die onafscheidelijk gepaard gaat aan persen laat men niet graag zien. Het resultaat van al dat gepers is een bevalling die men niet meteen in de armen neemt en kust. De bruine stinkende drab moet snel weggespoeld worden opdat niemand aan de weet zou komen wat dat lichaam produceert. Net zoals bij schrijven komt papier goed van pas.
De ontlasting van de ziel daarentegen is visueel minder degouterend maar daarom niet minder impactant. Velen die het in het verleden waagden hun literaire drol publiek te maken eindigden aan de schandpaal of schavot. Net zoals bij schijten toont men het onverbloemde resultaat beter niet. De donkere krochten, soms zeer openbarende gedachtengang houdt men beter voor zich. Als men het toch waagt publiekelijk een dezer activiteiten te beoefenen moet men voorbereidt zijn op het beschimpt en opgepakt te worden.
Er blijken mensen op deze aardkloot te bestaan die nieuwsgierig zijn naar dingen die zij van mij niet weten. Dat laten zij blijken door de zogenaamde “stokjes” hier op mijn erg te depositeren. Liefst tweemaal kreeg ik dergelijk brandhout toegeworpen. De ene werd hier achtergelaten door drie dames die nooit hun haar wassen, beweren dat ze deftig zijn maar mij wel op de tweede plaats rangeren. Zij hebben het geluk alsnog tien onbenulligheden mijner aan de weet te komen dankzij Louise, die wel weet hoe iemand zijn ego te strelen.
Goed, tien zaken die U niet van mij wet. Moeilijk, want wie de moeite neemt mijn blog te doorploegen weet zo ongeveer alles van mij.
1. Ik meet 1m86
2. Ik weeg droog aan de haak 84 kg
3. Ik ben geboren in een Volkswagen Kever, geen zever.
4. Ik spreek een beetje Chinees
5. Ik begin normaal mijn zinnen nooit met ik
6. Ik kak altijd met de deur op slot.
7. Ik pies nooit met de deur op slot.
8. Ik kots, naargelang de de urgentie, soms met de deur op slot, soms niet.
9. Ik zou veel meer boeken willen, maar kan dat niet bekostigen.
10. Ik lieg nogal veel.
Reeds dagen lang loer ik nu en dan even naar websites die goekope vliegticketten aanbieden. De boekenbeurs zoemt in mijn hoofd als een zomerse mug die uit is op het zijn slachtoffer een slapeloze nacht te bezorgen.
Het knaagt. Vooral omdat ik vrees dat ik daar niets kan gaan uitvreten. Behalve als bezoeker wil ik ook een paar mensen, met wie ik al een paar keren in contact was, te zien en te spreken krijgen. Mezelf verkopen.
En laat dat nu net zijn wat mij tegenhoud. Net nu ik gestopt ben met mezelf te verkopen zou ik er meteen terug aan beginnen. Klanten die netjes hun rekeningen onbetaalden, rompslomp om een paar stuivers te verdienen die nooit kwamen hebben er toe geleid dat ik het na tien jaar voor gezien hield.
Misschien komt er deze week wel nieuws dat mij alsnog aanzet tot een keertje naar België te komen. ‘t Is tenslotte al een jaar geleden. Als het nieuws er niet komt zal het nog wel een jaartje duren alvorens ik de Belgische bodem vertrappel.
De ochtend was drie minuten jong. De vlucht begon. Op de klanken van Rory Gallagher, The cuckoo, vloog hij hoger het zwerk in. De blauwe lucht was het water waar hij als een dartele zeehond in rond schoot. Hij zong en omhelsde het moment. De val zou komen, die had hij al te veel meegemaakt om zich daar niet van bewust te zijn. Foert, deze seconden neemt niemand meer weg.
De blik die hij naar beneden wierp maakte dat hij nog hoger ging vliegen. Onder hem op een bergtop zat, lag en was alles aanwezig wat hij lief had.
Was, redelijk bezopen, getekend, en dat zo vroeg op de morgen.
Het zaaltje beschikte over weinig verlichting. De rookwalm kon mij wel bekoren. Het toeganskaartje dat in mijn poten geduwd werd na het betalen van 10 Euro deed mij denken aan de maaltijdticketjes uit de lagere school. Voor tien Euro mocht ik niet verwachten dat ik op de voorste rijen mocht plaatsnemen. Ik schuifelde tussen een [...]
vandepotgerukte
Al de teksten alhier gewrocht en wereldkundig gemaakt zijn onderhevig aan auteursrecht. Dus mag U geen enkel pareltje van deze website op welke wijze dan ook reproduceren zonder de uitdrukkelijke toestemming van Van De Pot Gerukte. Zo nu en dan ook wel eens Tom Lievens genoemd in de wandelgangen des levens.
Mocht U iets willen reproduceren om redenen die ik nooit zal snappen doch respecteren kan U die toestemming ten allen tijde proberen te verkrijgen door te mailen of telefoneren.
Tom Lievens alias Van De Pot Gerukte
Vaste zendinstallatie: Dat wilt U niet weten
Mobiele zendinstallatie: Heb ik niet.